Proces 110

schaakmat.jpg

In het antwoord op de parlementaire vraag heeft de minister van Financiën het bestaan bevestigd van ‘Proces 110’. Dat proces verplicht ambtenaren een bezwaarschrift af te wijzen als er geen nieuwe elementen worden aangebracht in vergelijking met de argumenten die de belastingplichtige al aanvoerde bij de belastingcontroleur die de controle uitvoerde. Daarop kan alleen maar verbolgen worden gereageerd, omdat wordt ingegaan tegen de essentie van het bezwaarschrift in de fiscale procedure.

Het wetboek inkomstenbelastingen schrijft voor dat de belasting - plichtige die een probleem heeft met de naheffing volgend op een belastingcontrole, het recht heeft die ter betwisting voor te leggen aan een andere ambtenaar met een hogere graad. De belastingplichtige moet worden gehoord in de bezwaarprocedure als hij dat vraagt en de adviseur-generaal dient een beslissing te nemen en te motiveren. De adviseur-generaal moet daarenboven de beginselen van behoorlijk bestuur na - leven. Die beginselen houden onder andere in dat de adviseur-generaal het verbod op machtsafwending respecteert en zorgvuldig te werk gaat. Hij waakt er ook over dat het fairplay - beginsel niet met de voeten wordt getreden. Hij stelt zich ook onpartijdig op. Dat betekent dat het de taak van de adviseur-generaal is de zaak objectief te onderzoeken en te beoordelen. En dat betekent dus ook dat hij zich kritisch moet opstellen ten aanzien van de ambtenaren die de aanslag uitvoerden. Hij oordeelt over de taxatie. Het is geenszins zijn taak de bestreden taxatie te verdedigen.

Proces 110 zet kwaad bloed bij heel wat betrokkenen en niet in de laatste plaats bij de belastingplichtige. De belastingplichtige die alle argumenten al voorlegde aan zijn controleur ziet de mogelijkheid op de objectieve beoordeling door de neus geboord. Dat is een aanfluiting van de rechtsstaat. De belastingplichtige weert zich vaak als David tegen Goliath in een belasting - controle. De ambtenaren beschikken bij een controle over alle middelen om hun idee door te drijven. Een goed functionerend bezwaarrecht is dan een essentieel onderdeel van de toetsing van de belastingvestiging. Het bezwaar dient om op korte termijn een eerste beoordeling te hebben van het belastinggeschil. Laten we niet vergeten dat de schade die de overheid aanricht bij belastingplichtigen door belastingen te heffen waar geen verschuldigd zijn, groot tot enorm is.

Men zou kunnen denken dat het Proces 110 een hoofdstuk uit Kafka is. Maar helaas is het dat niet. Bij sommigen ging de stem op om de bezwaar - procedure gewoon af te schaffen. Maar dat zou het kind met het badwater weggooien zijn. Uit statistieken blijk dat in 75 procent van de gevallen belastingaanslagen moet worden bijgesteld in de bezwaarfase. Het zou dus beter zijn de regels die van toepassing zijn op het bezwaar te versterken dan de teugels te vieren. Als het bezwaar wordt af - geschaft, moeten al die betwistingen naar de rechtbank. Dat is organisatorisch onhoudbaar. Daarenboven kan de rechtbank over sommige fiscale geschillen, bijvoorbeeld over beroepskosten, niet gemakkelijk oordelen. Bij een gerechtelijk geschil is de actieradius van de rechter beperkt. Hij moet oordelen op basis van stellingen van de partijen en heeft minder de taak van waarheidsvinding. In de bezwaarfase heeft de adviseur-generaal de bevoegdheid bijkomend onderzoek te verrichten. Het bezwaar is dus een uiterst waardevol middel in efficiënte fiscale rechtshandhaving. 

Jan Tuerlinckx

gepubliceerd onder:

Artikel

verschenen in Jan Tuerlinckx in TRENDS

original document

Print LinkedIn Twitter Facebook Google Email Pinterest Share