Het land van fiscaal overleg

mensen.jpg

Wie de commentaren op de fiscale aspecten van het zomerakkoord van de regering-Michel erop naleest, kan er niet omheen. Tegelijk is het openstaande deuren intrappen.

Fiscaliteit enerzijds en ondernemerschap en investeringsbeslissingen anderzijds, zijn twee kanten van dezelfde medaille. Bij elke belastinghervorming en elke invoering van een nieuwe belastingwet wordt dat telkens weer duidelijk. Op macroniveau, maar ook microniveau. In de dagelijkse toepassingen van fiscaliteit laat de spanning tussen de belastingwet en de praktijk zich voelen. Accountants zullen getuigen dat een niet-onbelangrijk deel van de betwistingen met de fiscus te wijten is aan het gebrek aan inzicht in de dagelijkse praktijk van de handel. Hoewel dat niet noodzakelijk de fiscale administratie te verwijten valt, leidt dat wel tot onbegrip en frustratie bij de ondernemers. Het vermindert ook de ondernemingszin. De vraag hoe het hoofd te bieden aan die uitdagingen, dringt zich op.

Ondernemingen en de fiscale adminis-tratie zijn afhankelijk van elkaar. Als het goed gaat met de ondernemingen, dan vaart de fiscus daar wel bij. In het land dat aanspraak kan maken op de wereldtitel in het overleg- en compromismodel, zou men verwachten dat ook voor zo’n essentieel element als fiscaliteit een overlegmodel zou bestaan. Dat bestaat voor het arbeidsrecht. Dat er uit overleg met alle actoren op de arbeidsmarkt collectieve arbeidsovereenkomsten (cao’s) worden gesloten, zal voor de meeste landen ook erg bevreemdend zijn. België is er de uitvinder van en heeft er inmiddels een exportproduct van gemaakt. Vervang ‘sociaal’ door ‘fiscaal’. Waarom zou er naast het sociaal overleg geen fiscaal overleg kunnen worden geïnitieerd? De voordelen daarvan zijn legio. De ondernemingswereld zou vooraf inzicht kunnen verschaffen in de impact van hervormingen en nieuwe belastingen. Er zou een duidelijkere langetermijnvisie kunnen worden ontwikkeld. Die visie zou wellicht ook consistenter aangehouden worden. Daarmee wordt niet gezegd dat fiscaliteit volledig gedepolitiseerd moet worden. Het zijn de verkozenen die de verantwoordelijkheid moeten nemen, zoals de grondwet hun dat opdraagt. Maar het fiscaal overleg zou er wel toe leiden dat de fiscaliteit gedepolitiseerd wordt tot een gezond niveau voor een democratische welvaartsstaat.

Fiscaal overleg zou overigens niet alleen een rol kunnen spelen bij nieuwe wetgeving. Ook bij conflicten en betwistingen zou het een toegevoegde waarde hebben. Naar het voorbeeld van de handelsrechtbank en de arbeidsrechtbanken zouden lekenrechters kunnen worden toegevoegd aan de fiscale rechtbanken. Of er zouden alternatieve manieren kunnen worden ontwikkeld om fiscale betwistingen op te lossen. Vandaag wordt de fiscale bemiddelingsdienst uitsluitend door ambtenaren van Financiën bevolkt. Zou het niet gepaster zijn die dienst paritair samen te stellen met ambtenaren en vertegenwoordigers ter verdediging van de belastingplichtige? En nog: sommige fiscale geschillen zijn niet makkelijk door een rechtbank te beoordelen. Bij een gerechtelijk geschil is de actieradius van de rechter beperkt. Hij moet oordelen op basis van stellingen en heeft minder de taak van de waarheidsvinding. Dat maakt dat hij bijvoorbeeld betwistingen over beroepskosten niet eenvoudig kan beoordelen. Zulke geschillen zouden beter behandeld worden in een dynamische arbitrageprocedure waarin de arbiters zowel de belastingadministratie als de belastingplichtige vertegenwoordigen.

Het doel van het fiscaal overleg moet zijn dat fiscaliteit een breder maatschappelijk draagvlak krijgt. Hoe meer regels begrepen en breed onderschreven worden in de maatschappij, hoe makkelijker de regels gerespecteerd worden. Uiteraard kan een volwaardig fiscaal overleg niet van de ene op de andere dag worden geconcipieerd. Maar het spreekwoord zegt dat dat met Rome ook niet het geval was. Maar dat neemt niet weg dat bepaalde ideeën al snel zouden kunnen worden opgepikt. Want elke stap die we vooruit kunnen nemen om tot een fiscale consensus te komen, is er één gewonnen.

Jan Tuerlinckx

gepubliceerd onder:

Artikel

verschenen in Jan Tuerlinckx in Trends

original document

Print LinkedIn Twitter Facebook Google Email Pinterest Share