Fiscale regularisatie bezaaid met mijnen

vlaggen

De Panama Papers bevestigen nogmaals het nut van de aangekondigde fiscale regularisatie. Belastingplichtigen met iets op hun kerfstok vrezen de Kaaimantaks en de internationale gegevensuitwisseling. Maar de weg naar fiscale eerlijkheid blijkt een mijnenveld.

De Panama Papers zetten het probleem dat de OffshoreLeaks-affaire van 2013 naar buiten bracht opnieuw in de verf’, steekt Anton van Zantbeek van Rivus Advocaten van wal. OffshoreLeaks is een grootschalig onderzoek naar belastingparadijzen. ‘De Panama Papers bevestigen dat ook Belgische belastingplichtigen juridische constructies gebruikten of nog gebruiken’, zegt ook antiwitwasexpert Dave Van Moppes van Tuerlinckx Advocaten. ‘Voor een deel van hen zal de gelekte informatie achterhaald zijn, omdat ze al gebruikgemaakt hebben van de vorige fiscale regularisatieprocedures en de constructie sindsdien ofwel ontbonden hebben of ze sindsdien correct melden in hun aangifte. Voor alle anderen biedt de aangekondigde procedure van fiscale regularisatie een allerlaatste kans op schoon schip te maken.’

 

Uw vermogen onderbrengen in een buitenlandse constructie is op zich niet strafbaar. Maar dat verzwijgen voor de fiscus kan dat wel zijn. Sinds het aanslagjaar 2014 moet u het bestaan van zulke constructies melden in uw belastingaangifte. En vanaf dit jaar moeten door de Kaaimantaks (lees hieronder) ook de inkomsten uit die constructie aangegeven worden.

 

De aangekondigde fiscale regularisatie komt niet alleen voor belastingplichtigen met een buitenlandse constructie als geroepen. ‘Ook belastingplichtigen die tot nu toe nalieten andere buitenlandse bezittingen, zoals een Luxemburgse tak23-levensverzekering, te melden aan de Belgische fiscus staat het water aan de lippen. Want vanaf 2017 krijgt de fiscus door de internationale gegevensuitwisseling sowieso al die informatie in handen’, waarschuwt Dirk Coveliers van Sherpa Law.

 

Verwacht wordt dat de nieuwe procedure van fiscale regularisatie begint op 1 juni. Wie wil regulariseren, begint nu al het best met zijn dossier voor te bereiden. Alle bewijsdocumenten van transacties uit het verleden verzamelen bij financiële instellingen wereldwijd duurt snel enkele maanden. Voor wie een link met de Panama Papers vreest, tikt de klok nog genadelozer. Want een regularisatiedossier indienen kan niet meer zodra u op de hoogte bent gesteld via een formele onderzoeksdaad van een fiscaal onderzoek. Minister van Financiën Johan Van Overtveldt heeft aan de Bijzondere Belastinginspectie de opdracht gegeven de identiteit van de betrokkenen te onderzoeken.

 

‘Mogelijk overtuigen de Panama Papers bepaalde belastingplichtigen om in te gaan op de regularisatie. Maar tot nu toe is daar weinig animo voor’, stelt Van Zantbeek in zijn praktijk vast. ‘Er bestaat nog steeds een behoefte om te kunnen regulariseren. Maar zullen de hoge tarieven en de moeilijke bewijslast het succes niet fnuiken?’, vraagt Van Moppes zich af. Gerd D. Goyvaerts van Tiberghien beaamt dat. ‘Het is goed dat we eindelijk weer een wet op fiscale regularisatie krijgen. Helaas is deze regeling nog meer een mijnenveld dan de vorige regularisaties.’ Hij ziet vijf gevaren.

 

1. Draconische boetes

 

Het boetetarief verschilt naargelang het gaat om fiscaal niet-verjaarde dan wel fiscaal verjaarde inkomsten en kapitalen. Het stijgt tussen 2016 en 2020 jaar na jaar.

 

Op fiscaal verjaarde sommen geldt een forfaitaire heffing. Die bedraagt 36 procent in 2016 en stijgt elk jaar met 1 procentpunt naar 40 procent in 2020. Of een som verjaard is, hangt af van het type ontdoken belasting. Voor successierechten geldt een fiscale verjaringstermijn van tien jaar, voor roerende inkomsten is dat zeven jaar.

 

Fiscaal niet-verjaarde sommen worden belast tegen hun normale belastingtarief (inclusief gemeentebelasting) aangevuld met een verhoging. Die bedraagt 20 procentpunten in 2016, 22 procentpunten in 2017 en stijgt vanaf dan elk jaar een procentpunt tot 25 procentpunten in 2020.

 

‘De verhoging met procentpunten kan leiden tot extreem onbillijke situaties’, vindt Goyvaerts (zie tabel). ‘De zwaarste vorm van fraude, die van beroepsinkomsten, wordt in verhouding het lichtst aangepakt. Terwijl de banaalste fraude, beleggen in een tak23-verzekering zonder de verzekeringstaks te betalen, aan een irrationeel draconische boete van 1.818 procent wordt onderworpen. Het is moeilijk te begrijpen dat men niet inziet dat een verhoging met 20 procentpunten op een belasting van amper 1,1 procent leidt tot een onteigenende belasting, en dus tot ongrondwettelijkheid en blokkering van zowat alle regularisaties waar tak23-polissen bij betrokken zijn.’

 

2. Geen bezwaar mogelijk

 

Wie regulariseert, doet dat vrijwillig door een dossier in te dienen bij het Contactpunt Regularisaties (CPR). De heffing die het CPR oplegt, moet volgens het wetsontwerp binnen 15 dagen na goedkeuring van het dossier zonder voorbehoud betaald worden. In ruil krijgt de belastingplichtige een regularisatieattest dat strafrechtelijke immuniteit oplevert. Een kopie van dat attest wordt naar de antiwitwascel gestuurd.

 

In tegenstelling tot de vorige procedures kent het systeem geen einddatum, maar elke belastingplichtige krijgt maar één kans. Wie er gebruik van maakt, moet ‘aantoonbaar’ volledig regulariseren. Wie al deels geregulariseerd heeft, krijgt dus een allerlaatste kans. ‘Maar wie al schriftelijk op de hoogte is gebracht dat een Belgische gerechtelijke dienst, de belastingadministratie, een socialezekerheidsinstelling, de sociale inspectie of de federale overheidsdienst Economie een onderzoek naar hem begonnen is, kan niet meer regulariseren’, zegt Van Moppes.

 

‘Dat de heffing die het CPR oplegt zonder voorbehoud betaald moet worden, impliceert volgens de wetgever dat geen bezwaar door de belastingplichtige mogelijk is’, zegt Goyvaerts. ‘De regering negeert zo een uitspraak van het Grondwettelijk Hof van 19 december 2014 die zegt dat een beroep bij de rechter nooit uitgesloten kan worden.’

 

3. Ontdoken erfbelasting kan (nog?) niet rechtgezet worden

 

De regularisatieprocedure is een federale procedure. Sinds begin 2015 zijn de gewesten evenwel bevoegd voor een aantal belastingen, zoals de erfbelasting (de nieuwe Vlaamse naam voor successierechten). De Raad van State adviseerde de federale regering in oktober vorig jaar voor die belastingen samenwerkingsakkoorden af te sluiten met de gewesten. Die zijn er echter nog niet. Op 18 april is daarover een nieuwe vergadering gepland met Vlaanderen. Verwacht wordt dat Vlaanderen meestapt in het verhaal. Met Wallonië en Brussel ligt zo’n akkoord evenwel nog niet in het verschiet.

 

Dat plaatst veel belastingplichtigen voor een probleem, want vaak gaan ontdoken inkomstenbelastingen en ontdoken successierechten hand in hand.

 

4. Bewijslast ligt bij de aangever

 

De regering blijft bij haar standpunt dat een aangever alle bedragen moet regulariseren waarvan hij niet kan aantonen dat ze het normale belastingregime hebben ondergaan. Wie niet kan bewijzen dat zijn geld wit is, moet betalen. ‘Daardoor zal alleen wie het basiskapitaal frauduleus verworven heeft de stap naar het CPR willen zetten. Uit de praktijk anno 2013 weten we dat dat slechts een kleine minderheid betreft. De opbrengst van de nieuwe wet komt dus onder druk te staan’, meent Goyvaerts.

 

5. Woonstaatheffing kan niet verrekend worden

 

Het wetsontwerp sluit elke verrekening van voorheffingen, voorafbetalingen en woonstaatheffingen uit. Landen als Luxemburg en Zwitserland hebben enkele jaren een anonieme belasting aan de bron geheven op intresten die op de rekening kwamen. Vanaf juli 2011 bedroeg dat tarief 35 procent. ‘De regering wil de belastingplichtige mordicus twee keer belasten’, zegt Goyvaerts. ‘Een eerste keer via haar aandeel in de woonstaatheffing en een tweede keer via de regularisatieheffing. Daardoor zal een belastingplichtige op zijn intresten een totale heffing van 70/80 procent betalen: 35 procent woonstaatheffing + 15/25 procent roerende voorheffing + 20 procent verhoging.’ Volgens fiscalisten is het laatste woord daarover nog niet gezegd. De Raad van State vraagt zich af of het gebrek aan verrekening niet in strijd ismet de Spaarrichtlijn. ‘En die is van een hogere rechtsorde’, zegt Goyvaerts.

 

Ondanks die moeilijkheden is ‘niets doen’ geen optie. Door de internationale gegevensuitwisseling over buitenlandse rekeningen en verzekeringen die dit inkomstenjaar start, komt de fiscus al die inkomsten en kapitalen vanaf 2017 op het spoor. Merkt hij dan inkomsten op die niet eerder werden aangegeven, dan kan hij het dossier onderzoeken en naheffingen opleggen, zelfs eventueel doorsturen naar het parket. Wie blijft weigeren buitenlandse constructies, rekeningen of levensverzekeringen te melden in zijn aangifte pleegt geen eenmalige, maar een voortdurende fraude.

 

‘Desondanks bestaat de kans dat belastingplichtigen die van oordeel zijn dat hun kapitaal wit is, door al die obstakels niet bereid zijn te regulariseren. Mogelijk overwegen ze hun kapitaal gewoon over te schrijven naar België. Ze riskeren dan dat de bank een melding doet aan de antiwitwascel en dat een strafrechtelijk onderzoek volgt. Maar de bewijslast ligt dan bij het parket, dat moet kunnen aantonen dat elke legale herkomst van de tegoeden is uitgesloten’, redeneert Van Moppes.

 

De tanden van de Kaaimantaks

 

Juridische constructies moeten al sinds het aanslagjaar 2014 gemeld worden door het betrokken vakje in de fiscale aangifte aan te kruisen. In 2014 (inkomsten 2013) deden 2.156 belastingplichtigen dat.

 

Tot nu toe was daarmee de kous af. Maar dit jaar verandert dat drastisch door de Kaaimantaks. Dat is een doorkijktaks die de inkomsten van de constructie belast bij de bezitter van de constructie alsof de constructie niet bestaat. Met de Kaaimantaks wil de regering inkomsten belasten die de Belgische fiscus tot nu toe niet kon belasten. ‘Het is geenszins de bedoeling een gelijk speelveld te creëren. Het doel is belastingplichtigen te stimuleren dergelijke constructies te ontbinden’, maakte minister van Financiën Johan Van Overtveldt al duidelijk in antwoord op een parlementaire vraag.

 

Toch zien advocaten geen toename van het aantal juridische constructies die worden ontbonden. ‘Wij doen dat al tien jaar’, relativeert Anton van Zantbeek van Rivus Advocaten. Dave van Moppes van Tuerlinckx Advocaten ziet nog een andere reden. ‘De Kaaimantaks voorziet ook in een liquidatieheffing van 27 procent bij ontbinding van de structuur. Belastingplichtigen die de juridische structuur niet hebben aangegeven, zullen ook de ontbinding ervan verborgen willen houden, anders kunnen ze met die liquidatieheffing worden geconfronteerd. Daarnaast houden sommige belastingplichtigen die het kapitaal en de inkomsten hebben geregulariseerd de boot voorlopig af, omdat het niet duidelijk is of ze bijkomend aan die liquidatieheffing onderworpen zullen worden. Er zijn argumenten om te stellen dat die heffing niet van toepassing is boven op de al betaalde regularisatieheffing, maar de BBI wil dat tot dusver niet bevestigen. Het hoofdbestuur werkt aan een standpunt dat duidelijkheid moet brengen’, weet de antiwitwasexpert.

 

Wie de constructie aanhoudt, moet vanaf dit jaar veel meer details geven over de constructie in zijn aangifte. Ten eerste moet hij naam, adres, nummer en rechtsvorm van de constructie melden, en als het een trust betreft ook de naam en het adres van de beheerder. Bovendien moet hij vanaf dit jaar ook de inkomsten die de constructie geniet in bepaalde gevallen opnemen in zijn belastingaangifte. Dat is het geval voor bijvoorbeeld trusts en andere constructies waarvan de inkomsten niet tegen minstens 15 procent in het buitenland belast werden.

 

Aparte vakjes om die inkomsten aan te geven zijn er niet in de aangifte. De belastingplichtige moet ze per inkomstencategorie gewoon optellen bij zijn privé-inkomsten. Dat heeft als voordeel dat het aantal codes op de al bijzonder complexe belasting- aangifte niet verder oploopt. Maar het nadeel is dat de overheid niet in een oogopslag de opbrengst van de Kaaimantaks kan zien.

 

‘Door de Panama Papers ben ik niet meer zo pessimistisch over de verhoopte opbrengst van de Kaaimantaks’, zegt Van Zantbeek. ‘Maar of dat volstaat om de begrote opbrengst 460 miljoen euro te halen...’

 

VOORBEELD

 

De belastingplichtige Yves, die in het Vlaams Gewest woont, heeft begin 2004 1 miljoen euro in een Luxemburgse tak23 gestoken. Dat bedrag is afkomstig van een Luxemburgse rekening, aangevuld metregulier spaargeld én zwarte inkomsten uit zijn handelszaak. In 2007 erft Yves het saldo van de Luxemburgse rekening van zijn tante die in Luik woonde. Die zwarte erfenis heeft hij in 2007 als extra premie gestort in de polis. Stel dat het Vlaams Gewest wél maar het Waals Gewest geen samenwerkingsakkoord sluit met de federale overheid.

 

- Yves zal niet kunnen aantonen welk deel van de oorspronkelijke premie van 1 miljoen euro zijn normale belastingregime heeft ondergaan. Bankstukken van 2004 zijn immers niet meer opvraagbaar. Hij zal dus 36 procent boete moeten betalen op een deel wit geld.

 

- Als de verzekeringsmaatschappij niet meewerkt, zal hij niet kunnen aantonen dat de verzekeringstaks betaald werd.

 

- De ontdoken Waalse successierechten (tegen 70 procent) zijn niet verjaard. Maar zelfs als hij de verhoging betaalt, zal het regularisatieattest dat strafrechtelijke immuniteit oplevert niet gelden als er geen samenwerkingsakkoord gesloten wordt met het Waals Gewest.

 

- Yves zal de woonstaatheffing die hij sinds 2004 jaarlijks betaalde niet kunnen verrekenen.

 

 

Nadine Bollen

gepubliceerd onder:

Artikel

verschenen in Dave van Moppes in DE TIJD

original document

Print LinkedIn Twitter Facebook Google Email Pinterest Share