Zwart geld wordt massaal gewit

Deadline 31/12: Belgen voelen hete adem van fiscus
balls.jpg

De zwarte economie in ons land is goed voor bijna 60 miljard euro, waardoor de overheid jaarlijks zo’n 30 miljard aan belastingen misloopt. Maar de druk om zwart geld aan te geven, neemt toe. Fiscale fraudeurs hebben nog tot 2 juli de tijd om hun zaken in orde te brengen. Daarna wachten hen veel hogere boetes en de rechtbank. ‘Het zijn zeker niet alleen de superrijken die op exotische plekken als de Britse Maagdeneilanden een vennootschap hebben, maar ook veel gewone Belgen.’

Er moeten nogal wat zwarte worsten en pistoletjes in ons landje verkocht zijn’, zegt Michel Maus, die dagelijks de verhalen hoort van mensen die hem om advies komen vragen over fiscale regularisatie. ‘Ik ben echt verbaasd dat sommige landgenoten zo veel zwart geld wisten te vergaren.’ Maus is fiscaal advocaat bij het kantoor Everest en dat net hij verrast is door de concrete verhalen over fiscale fraude, wil wat zeggen. Want Maus is ook hoogleraar fiscaliteit aan de VUB, UGent en UA en schreef een boek over belastingontduiking in België. ‘En toch schrok ik nog toen ik moest vaststellen dat slagers en bakkers in 25 jaar tijd 2 tot 3 miljoen euro in het zwart kunnen verdienen. En zonder dat iemand het opmerkte. Dat vind ik twee keer heel straf.’

De telefoon bij Maus staat tegenwoordig roodgloeiend. Net als alle andere fiscale advocaten in het land wordt hij voortdurend gebeld door mensen die op zoek zijn naar inlichtingen en advies om hun zwart of grijs geld te regulariseren, nu het nog kan. Tot 2 juli is dat nog mogelijk volgens de huidige wet, daarna heersen andere, meestal hogere tarieven. En op 31decem - ber 2013 ‘en geen seconde later’ loopt de regularisatieperiode onherroepelijk af, zegt staatssecretaris voor Fraudebestrijding John Crombez (SP.A). Er komt in de toekomst ook geen nieuwe mogelijkheid tot fiscale regularisatie, zegt hij, ‘zeker niet als de socialisten nog het genoegen hebben om deel uit te maken van de regering. En ik heb begrepen dat ook andere partijen er zo over denken.’ Wie dus zijn zwart geld nu niet aangeeft, zal daar later voor de rechtbank zwaar voor boeten, is de boodschap.

‘Onze advocaten hebben armleuningen om te vermijden dat ze van hun stoel vallen als ze horen wat cliënten allemaal doen met hun geld.’

Nog altijd vinden heel wat mensen fiscale fraude niet zo erg. Dat merkt ook Jan Tuerlinckx van het gelijknamige bureau van fiscale advocaten in Antwerpen: ‘Ze morsen met hun koffie als ze horen dat ze zich daarbij ook schuldig maken aan witwassen, waar gevangenisstraffen op kunnen staan. Ik maak dan de vergelijking met de student in Leuven die een fiets steelt. Die vindt dat ook niet erg. Maar het gaat meestal om meer dan diefstal. De student is creatief in het maskeren van de gestolen fiets: hij herschildert hem, soms verkoopt hij de tweewieler. Je hebt dus de diefstal, maar er is ook de manipulatie van de student om te beletten dat de oorsprong van de fiets duidelijk wordt en dat staat gelijk met witwassen. Verplaats dit naar de fiscale wereld: de belastingbetaler geeft iets niet of slechts gedeeltelijk aan, maar daarna volgen er allerlei handelingen om dat geld voor de fiscus verborgen te houden, bijvoorbeeld het parkeren in Luxemburg. Dat is witwassen. Belastingontduiking is dus echt wel een ernstig misdrijf.’

Handje contantje

Johny* (52 jaar) heeft sinds zijn 28e een aannemers - bedrijf. ‘Ik heb nooit anders geweten dan dat in het zwart werd betaald in de bouw. ‘Handje contantje’ was de vaste uitdrukking. We namen het werk zelfs niet aan als een bepaald percentage niet in het zwart werd betaald. Er bestond een parallel circuit: klanten betaalden gedeeltelijk onder tafel, ik kocht bouw - materialen zonder factuur in zaken als Brico, betaalde de overuren van mijn gasten in het zwart en stak de rest in mijn zak. Ik draaide 15 tot 20 procent omzet in het zwart en gaf dus jaarlijks 80.000 tot 100.000 euro niet aan bij de belastingen. Elk jaar als we naar Frankrijk op vakantie gingen, stopten we onderweg in Luxemburg en bracht ik het zwart geld naar de bank. In 2005 heeft de Luxemburgse bank me geadviseerd om mijn spaargeld te investeren in spaarverzekeringsproduct tak 23. Daarop hoefde ik in België geen belastingen te betalen. Maar het zwart geld dat ik ernaartoe bracht en wat ik heb verdiend met de beleggingen tot 2005 zijn wel een probleem voor de Belgische fiscus. Ik heb advies ingewonnen bij een fiscaal advocaat en die rekent nu uit welke boete ik zal moeten betalen. En dan zien we wel.’

Ongelooflijk

De fiscale advocaten draaien dus overuren. Ze worden geconfronteerd met allerlei verhalen. ‘Weet je waarom mijn stoelen armleuningen hebben?’ vraagt Tuerlinckx. ‘Die leuningen zijn er niet voor de cliënt om zich vast te houden als hij hoort welke boetes hij moet betalen om zijn zwart geld te regulariseren, wel om te voorkomen dat de advocaten van hun stoel vallen als ze horen wat cliënten allemaal doen met hun geld. Soms grenzen die verhalen aan het ongelofelijke.’

Dat hoor je bij alle fiscale advocaten: mensen nemen soms rare beslissingen. Zeker met zwart geld en zeker vandaag, nu ze de hete adem van de fiscus in hun nek voelen en in paniek raken. ‘Ik hoor dat een cliënt mijn advies om over te gaan tot fiscale regularisatie niet heeft gevolgd’, vertelt Anton van Zantbeek, stichter van het advocatenkantoor Rivus in Brussel. ‘Hij heeft met dat geld goud gekocht. Sinds die aankoop is de goudprijs echter gecrasht. Hij kijkt dus aan tegen een groot verlies en was goedkoper af geweest als hij de boete had betaald voor de regularisatie. En dan had hij ook rustig kunnen slapen, want nu zit hij met goudstaven waarvan hij niet kan verklaren met welk geld hij die gekocht heeft, tenzij hij toegeeft dat het met zwart geld was. Met alle zware straffen die daarbij horen.’

Niet zelden komen mensen trillend als een espenblad bij de fiscaal advocaat binnen en barsten ze wat later in tranen uit. ‘Het meest gehoorde zinnetje tijdens gesprekken over fiscale regularisatie en de bijbehorende boete is: “Heb ik daar nu heel mijn leven voor gewerkt?’’’, zegt Maus. Werner Niemegeers van het Gentse advocatenkantoor Consulta heeft vooral zelfstandigen en kmo’ers als klant en beaamt dat: ‘Veel van die mensen hebben ook hard gewerkt, tot het zweet in hun schoenen stond. Je hoort me zeker niet zeggen dat het mag, maar zonder fiscale fraude waren er op zondagochtend geen verse pistolets. Je moet die fiscale fraude in zijn context zien. Eind jaren tachtig bedroeg de aanslagvoet voor de hoogste belastingschijven 85 procent – dat is als overheid bijna vragen om fraude. En het pensioen voor zelfstandigen stelde lange tijd niet veel voor, dus die mensen spaarden in het zwart vanuit een soort zelfbescherming, anders wachtte hen grote armoede. En lange tijd is fiscale fraude een nationale sport geweest. Het was folklore om couponnetjes te knippen in Nederland of Luxemburg. In de plaatselijke bank schoof je dan aan in de lange rij land genoten die net hetzelfde kwamen doen: interesten innen die je daarna ‘vergat’ te melden aan de fiscus. Want niemand geloofde dat onze overheid de bestaande wetten die fiscale fraude moesten bestraffen ooit zou toepassen.’

De vrouw van 300.000 euro

Haar naam is Magda, maar de mannelijke klanten die haar opzochten, noemden haar Natasja. ‘Ik heb hard gewerkt voor mijn geld. Ik was een alleenstaande moeder en wou dat mijn zoon niets tekortkwam. Ik heb meer dan 300.000 euro op een bankrekening in het buitenland. Daar zit ook wat geld van een erfenis bij. Waarom in het buitenland? Waarom denk je? Omdat iedereen dat deed en het daar veilig leek. Maar nu heeft de bank me aangeraden om mijn spaargeld bekend te maken aan de Belgische fiscus. De advocaat die ik raadpleegde, zegt ook dat ik dat moet doen. Of ik het zal doen? Eerlijk gezegd twijfel ik nog: ik heb momenteel een uitkering van het OCMW en woon ook in een huisje dat door het OCMW ter beschikking wordt gesteld. Wat als ik met mijn spaargeld boven water kom? Ik vrees dat ik dan die uitkering en mijn huisje kan vergeten.’

Sleuteljaar 2009

De druk om zwart geld aan te geven is toegenomen, dat is duidelijk. Er was een eerste stroomversnelling na de terroristische aanslagen van 11 september 2001 in New York en Wash - ington: de VS maakten er een prioriteit van om de internationale geldstromen in kaart te brengen om de financiering van het terrorisme te kunnen aanpakken. Een volgend cruciaal moment was 15 september 2008, toen de Amerikaanse bank Lehman Brothers failliet ging en het hele financiële systeem in zijn val dreigde mee te slepen. Om een herhaling te voorkomen, werd overal ter wereld aangedrongen op meer transparantie bij de banken en financiële instellingen.

‘2009 is het sleuteljaar’, zegt advocaat Maus. ‘Dat is voor fiscalisten het begin van een nieuwe tijdrekening: de VS, de Europese Unie, de OESO, allemaal pakten ze de belastingparadijzen vanaf dat jaar aan in het kader van de strijd tegen het terrorisme en meer controle op de financiële instellingen.’ De lidstaten van de Europese Unie wisselden ook steeds meer gegevens van bankklanten automatisch uit. Daarbij werkte de economische crisis als een brandversneller: de overheden waren op zoek naar geld en steeds meer belastingplichtigen vonden dat het de hoogste tijd was dat iedereen eerlijk zijn belastingen betaalde.

In België werd in 2004 al een eerste keer de belastingplichtigen de mogelijkheid geboden om hun fiscale zonden te regulariseren via de EBA-maatregel (Eenmalig Bevrijdende Aangifte). De regering hoopte zo de begroting te kunnen opfleuren en toenmalig minister van Financiën, Didier Reynders (MR), rekende erop dat die fiscale amnestie 850 miljoen euro aan boeten zou opleveren. Dat bleek te optimistisch. Niemegeers: ‘Ik ben toen nog lezingen gaan geven over die EBA, maar daar werd mee gelachen. Mensen geloofden niet dat de overheid de strijd tegen zwart geld serieus zou voeren.’ In 2005 werd uiteindelijk 5,7 miljard euro geregulariseerd en dat leverde 496 miljoen aan boeten op.

Mijn Zwitserse bankier

Vincent (63) is eigenaar van een kmo en heeft goed geboerd. ‘We hadden ons geld ondergebracht in Zwitserland. Laten we zeggen dat daar tussen de 12 en 15 miljoen euro op een rekening staat. In de winter werd ik door mijn Zwitserse bankier uitgenodigd en hij drong erop aan om dat geld te regulariseren en anders zag hij mij het liefst vertrekken, daar kwam het op neer. Hij wil niets meer te maken hebben met zwart geld, zegt hij. Ik heb dan mijn fiscaal advocaat geraadpleegd en ook hij adviseerde me om alles te regulariseren. Ik ga dat ook doen, want de pakkans neemt toe en ik heb geen zin om met naam en foto in de krant te verschijnen als fraudeur. Omdat we het geld voor ons spaarpotje uit de vennootschap hebben gehaald, wordt mijn dossier beschouwd als ‘ernstige en georganiseerde fraude’. Mijn fiscaal advocaat heeft alles klaar om na 2 juli een dossier tot regula - risatie in te dienen. Het zal me pakweg 5 miljoen kosten en ik betaal niet graag belastingen, zeker niet aan de Belgische staat, maar ik denk toch dat het nu het verstandigst is.’

Fraudeschema

Met de wet van 2005 werd de mogelijkheid om zwart geld te regulariseren verlengd en dat loopt nog steeds. Tussen 2006 en vandaag werden 8667 dossiers afgehandeld, 2 miljard aan inkomsten geregulariseerd en 588 miljoen euro aan boeten geïnd. Vooral sinds begin dit jaar stijgt het aantal ingediende dossiers: vorig jaar werden tijdens de eerste drie maanden 266 dossiers ingediend, dit jaar waren er dat over dezelfde periode 1049, dus vier keer zoveel.

Het werd alle fiscale fraudeurs ingepeperd en we herhalen het ook nog maar eens: ze kunnen hun dossier het best indienen voor 2 juli, want na die datum worden de meeste boetes fors opgetrokken. En het Contactpunt voor Fiscale Regularisaties, waar alle dossiers moeten worden binnengebracht, sluit op 31 december 2013 onherroepelijk de deuren. ‘Na de EBA noemen we deze fiscale amnestie dan ook de UBA: de Ultieme Bevrijdende Aangifte’, zegt Tuerlinckx. ‘Het is opvallend,’ meldt Maus, ‘de wetgeving loopt al vanaf 2006 en als we vroeger tien mensen over de vloer kregen voor advies, stapten er daarvan twee of drie ook echt naar het Contactpunt. Nu dienen er van die tien zeker acht een dossier in.’ Van Zantbeek: ‘De einddatum komt snel dichterbij en dat jaagt de mensen op. En dan krijg je zelfs mensen over de vloer die willen regulariseren, maar perfect in orde zijn en niets te regulariseren hebben... Ze geloven het soms niet als ik dat zeg.’

Elk geval van fiscale regularisatie is anders en de advocaten moeten zich helemaal inleven in zo’n dossier. ‘Het is uiterst zelden wit of zwart’, weet Van Zantbeek, ‘en er zijn veel meer dan vijftig tinten grijs.’ Het merendeel van de dossiers die voor regularisatie werden aangeboden gaat wel over spaargeld dat op een buitenlandse rekening werd geplaatst, maar waarvan de opbrengst niet werd aangegeven, aldus Véronique Tai, die aan het hoofd staat van het Contactpunt. Veel minder handelen ze over beroeps inkomsten die niet werden aangegeven (‘zwartwerk’), successierechten die werden ontdoken of btw die niet werd betaald.

"Iedereen beseft nu dat men zelfs op de belastingparadijzen niet meer ‘veilig’ is."

Bij het niet aangeven van de opbrengsten van spaargeld op buitenlandse rekeningen is er een fraudeschema dat vaak terugkomt. Dat gaat zo: Jan met de pet trok in de jaren zeventig, tachtig of negentig met zijn – al dan niet zwart – spaargeld naar een buitenlandse bank. Meestal in Nederland of Luxemburg. Hij ‘vergat’ de opbrengsten aan te geven. Dat liep vrij goed, tot de Europese Spaarrichtlijn in 2005 van kracht werd en de banken de uitbetalingen van de opbrengsten aan buitenlanders automatisch moesten doorspelen aan de betrokken lidstaten. Dat betekende dat de Belgische fiscus onmiddellijk te weten kwam wie allemaal een buitenlandse rekening had en welk bedrag daarop stond.

‘Wat kun je nog doen met zwart geld? Elke dag foie gras eten, wordt een mens ook beu.’

De schrik sloeg toen heel wat spaarders om het hart, maar de buitenlandse banken presenteerden snel een oplossing: er kon met een eenvoudige muisklik een vennootschap worden op - gericht, in Panama bijvoorbeeld of een andere exotische plek, die als scherm kon dienen. Niemand zou ooit te weten komen wie er achter die vennootschap zat, zo beloofde de bankier. Oprichtingskosten: 1000 euro. En om de zaak te beheren en wat bloempotbestuurders te installeren, werden jaarlijks 500 euro kosten aangerekend. Er werd geen boekhouding bijgehouden, geen jaarrekening ingediend, de constructie was puur opgezet om de beleggingsportefeuille aan het zicht van de Belgische fiscus te onttrekken. ‘Een klassiek schema’, becommentarieert Maus, ‘want vergis je niet: het waren zeker niet alleen de superrijken die op exotische plekken als Panama, Kaaimaneilanden, Britse Maagdeneilanden enzoverder een vennootschap hadden, maar ook veel gewone Belgen, vaak zonder het goed te beseffen en op aanraden van hun buitenlandse bankier.’

Zwarte chalet

Jean-Pierre (53) is gynaecoloog en gaat graag skiën. Samen met een collega-chirurg kocht hij daarom jaren geleden een chalet nabij Verbier (Zwitserland): ‘We kochten dat samen met geld dat we gedeeltelijk van onze rekeningen in Luxemburg hebben gehaald. Nee, de Belgische fiscus wist niet van het bestaan van die rekening, toch niet van de mijne en ik denk ook van mijn collega niet. Die chalet hebben we ook nooit aangegeven. Maar met alle heisa rond zwart geld hebben we ons geïnformeerd en beslist om alles maar te witten. We moeten nu de roerende voorheffing betalen plus een boete van tien procent en we moeten ook de huurwaarde van onze chalet aangeven, want die wordt meegenomen om de belastbare grondslag vast te stellen. In ruil zijn we wel van alle miserie verlost.’

Offshore leaks

In april lekten met offshore leaks 130.000 namen uit van mensen die achter zo’n vennootschap schuilgingen op de Kaaiman - eilanden, Cookeilanden of Britse Maagdeneilanden. Onder hen ook meer dan honderd Belgen, waarin alvast de Bijzondere Belastinginspectie zeer is geïnteresseerd. Iedereen beseft nu dat men zelfs op die belastingparadijzen niet meer ‘veilig’ is, met als gevolg dat nog meer mensen overgaan tot regularisatie. ‘Sommige klanten hebben hier zitten vloeken omdat ze zich een buitenlandse constructie hebben laten aannaaien door de bankier’, zegt Niemegeers. ‘Ze voelen zich bedrogen. Ze zijn niet zozeer boos op de overheid die nu achter hen aanzit, als wel op de bankier die hen toen slecht heeft geadviseerd.

‘Let op,’ waarschuwt Van Zantbeek, ‘je mag niet iedereen over dezelfde kam scheren. Het is niet omdat je in Panama of een ander exotisch oord een vennootschap hebt, dat je fraudeert. Als een baggerbedrijf het Panamakanaal helpt uitbaggeren, kan ik me voorstellen dat het daar een dochterbedrijf oprichtte. Sommigen richten er een vennootschap op omdat ze discreet willen zijn over hun vermogen, bijvoorbeeld tegenover hun familie, partner of kinderen. Daar is niets mis mee. Maar als ze het gebruiken om aan de fiscus te ontsnappen, kan ik hen alleen maar aanraden om het te regulariseren nu het nog kan.’

Internationaal en nationaal hebben de politici dus de druk op fiscale fraudeurs verhoogd. Maus spreekt zelfs van ‘management by fear’, de regeringen zaaien volgens hem bewust angst onder de burgers. Van Zantbeek beaamt dat: ‘De rode draad in alle recente fiscale maatregelen is: de mensen ongerust maken zodat de overheid meer belastingen kan ontvangen.’ Ook Niemegeers is het daarmee eens, ‘maar ik heb toch de indruk dat de mensen hun zwart geld vooral regulariseren omdat de banken het geweer van schouder hebben veranderd. De banken waren eerst stropers, die de spaarders de weg naar de belastingparadijzen wezen, nu zijn het boswachters, die diezelfde spaarders aanmanen om hun geld te regulariseren. Ze durven geen euro zwart geld nog in ontvangst te nemen. Elke bankier is bang dat hij achter de tralies zal vliegen.’

Billijke fiscaliteit

‘Het financiële systeem is zichzelf aan het zuiveren’, meent Tuerlinckx en hij geeft als voorbeeld Zwitserse bankiers die tijdens de kerstvakantie hun Belgische klanten bij zich riepen. ‘Ze kregen de warme aanbeveling om over te gaan tot regularisatie, en wie dat niet zag zitten, kreeg de koude mededeling dat hij met zijn geld naar een andere bank moest gaan.’ Maar waar kan die naartoe met dat zwart geld? Geen enkele ernstige bank mag en durft nog grote sommen te aanvaarden zonder dat de oorsprong daarvan duidelijk en wettelijk in orde is. En met cash geld kan de fiscale fraudeur ook al niet ver lopen: een jaar geleden werd bepaald dat voor de aankoop van goederen of diensten nog slechts maximaal 5000 euro in cash mag worden betaald. Vanaf 1 januari 2014 wordt dat nog verlaagd naar 3000 euro en is het volledig verboden om de aankoop van huis of grond cash te betalen. ‘Het zou me niet verbazen als dat later nog wordt uitgebreid naar bijvoorbeeld juweliers en autohandelaars’, zegt Maus. In elk geval moeten nu al alle handelaars, dienstverleners, landmeters, vastgoedmakelaars en notarissen die een inbreuk op deze regels vaststellen dat melden. ‘Wat kun je dus nog doen met cash geld?’ vraagt Maus zich af. ‘Elke dag foie gras eten wordt een mens ook beu.’

‘Zelfstandigen spaarden in het zwart vanuit een soort zelfbescherming, anders wachtte hen grote armoede.’

Vriend en vijand geven toe dat onder staatssecretaris John Crombez de fraudebestrijding in ons land een paar versnellingen hoger ging. ‘In vergelijking met zijn voorgangers is Crombez een goede fraudebestrijder’, zo vertolkt Van Zantbeek de mening van zeg maar iedereen. Het feit dat Crombez als staatssecretaris toegevoegd is aan premier Elio Di Rupo (PS) en zijn voorgangers steeds toegevoegd waren aan minister van Financiën Reynders is daar ook niet vreemd aan: ‘Reynders is de grote schuldige dat er jarenlang nauwelijks iets gebeurde op het vlak van fraudebestrijding, maar ja, dat zal sommigen wel goed zijn uitgekomen...’ In de begroting 2013 werd gemikt op 488 miljoen euro om binnen te halen met fiscale boetes en dat cijfer zal wellicht ook worden gehaald.

Maar wat als de fiscale regularisatie definitief is afgelopen? Hoe moet het dan verder? De fiscale advocaten zijn het alvast eens: de fiscale wetgeving moet duidelijker en de tarieven lager, alleen zo kan fiscale fraude in de toekomst vermeden worden. ‘De overheid was tot nu toe geen betrouwbare partner’, zegt Van Zantbeek. ‘De mensen moeten belastingen betalen zodat de overheid kan functioneren en we onze welvaartsstaat in stand kunnen houden. De controleurs moeten over alle nodige middelen beschikken om hun taak uit te oefenen. Maar de overheid moet op zijn beurt zorgen voor een stabiele, billijke en transparante fiscaliteit.’

Ruzie over successie

Suzanne (56) is de oudste van drie kinderen. ‘Drie jaar geleden is vader gestorven, moeder was al eerder overleden. We kwamen er toen achter dat ze wat spaargeld hadden staan in het buitenland. Het ging om ongeveer 250.000 euro. We hebben dat niet aangegeven en er dus ook geen successierechten op betaald. We wisten ook niet of onze ouders die buitenlandse rekening aan de Belgische fiscus hadden gemeld. Maar nu de kranten schreven dat we ons geld voor de laatste keer zonder veel problemen konden regulariseren, heb ik daarover opnieuw met mijn zus en broer gepraat. Ik en mijn zus willen ons deel van de erfenis aangeven en hebben dat ondertussen ook gedaan. We hebben 10 procent boete betaald bovenop de verschuldigde successierechten. Dat kwam neer op elk bijna 30.000 euro. Maar mijn broer heeft beslist om niets aan te geven. Ik denk dat hij zijn deel van de erfenis in de verbouwing van zijn woning heeft gestoken.’

Ewald Pironet

gepubliceerd onder:

Artikel

verschenen in Jan Tuerlinckx in KNACK

original document

Print LinkedIn Twitter Facebook Google Email Pinterest Share